Hoe vaak chloor in je zwembad doen? Dit is de richtlijn

Bij een opzet- of opblaaszwembad voeg je ongeveer elke twee tot drie dagen chloor toe, bij een vast ingebouwd zwembad controleer je dit het liefst dagelijks of om de dag. Hoe vaak je precies chloor in het zwembad doet, hangt af van het type zwembad, de watertemperatuur, hoeveel mensen erin zwemmen en hoe sterk de zon schijnt.

Chloor breekt namelijk voortdurend af, sneller als het warm en zonnig is of als er veel wordt gezwommen. Een vaste routine werkt beter dan pas ingrijpen als het water al troebel is.

Hoe vaak chloor in het zwembad per type bad

Voor opzet- en opblaaszwembaden geldt als vuistregel: voeg elke twee tot drie dagen een chloortablet toe. De standaardmaat is een tablet van 20 gram per 3 m³ water. Heb je een zwembad van 6 m³, dan gebruik je dus twee tabletten tegelijk. Bij warm weer of veel zwemmers kun je dit terugbrengen naar elke één tot twee dagen.

Bij een vast ingebouwd zwembad (vaak groter dan 10 m³) wordt chloor continu gedoseerd via een skimmer of automatisch doseersysteem. Zonder zo’n systeem meet je het chloorgehalte dagelijks en voeg je handmatig chloor toe als het niveau te laag is. De aanbevolen hoeveelheid voor vaste baden is ook ongeveer 1 chloortablet (20 gram) per 3 m³, maar de frequentie is hoger.

Wat is het juiste chloorgehalte?

De makkelijkste manier om te weten of je genoeg chloor hebt gedaan, is meten. Het vrije chloorgehalte in een zwembad moet tussen de 1 en 3 mg per liter (ppm) liggen. Zit je eronder, dan beschermt het water onvoldoende tegen bacteriën en algen. Zit je erboven, dan kan het water huidirritatie of rode ogen veroorzaken.

Meet het chloorgehalte met een teststrip of een testkit. Dit doe je bij voorkeur vóór je zwemt, niet direct ná het toevoegen van chloor, want dan is de waarde nog te hoog. Wacht na het toevoegen van chloortabletten minstens een uur voordat je meet.

Factoren die bepalen hoe vaak je chloor toevoegt

Een aantal omstandigheden zorgen ervoor dat chloor sneller verdwijnt uit het water:

  • Zonlicht: uv-straling breekt vrij chloor snel af. Op een zonnige dag kan het gehalte binnen enkele uren dalen. Stabilisatortabletten (met cyaanuurzuur) beschermen chloor hier gedeeltelijk tegen.
  • Watertemperatuur: hoe warmer het water, hoe sneller chloor zich verbruikt. Boven 28 graden celsius neemt de afbraak flink toe.
  • Aantal zwemmers: zweet, zonnebrand en andere stoffen van lichamen verbruiken chloor. Na een drukke zwemdag is het slim om het gehalte opnieuw te controleren.
  • pH-waarde: als de pH te hoog is (boven 7,6), werkt chloor een stuk minder effectief. Controleer de pH bij voorkeur tegelijk met het chloorgehalte. De ideale pH ligt tussen 7,2 en 7,6.

Slimmer doseren met slow-release tabletten

De meest praktische manier voor kleine zwembaden is werken met slow-release chloortabletten in een drijvende dispenser of skimmer. Die tabletten lossen langzaam op en geven over meerdere dagen continu een kleine hoeveelheid chloor af. Zo hoef je minder vaak bij te vullen en zijn grote schommelingen in het chloorgehalte minder gebruikelijk. Toch blijft meten noodzakelijk, want de oplossnelheid verschilt per merk en watertemperatuur.

Voor kleine opblaaszwembaden (onder de 3 m³) zijn tabletten van 20 gram vaak al voldoende voor enkele dagen. Grotere opzetzwembaden van bijvoorbeeld 9 m³ hebben drie tabletten tegelijk nodig, of je past de frequentie aan op basis van je meetresultaten.

Kort samengevat: meet het chloorgehalte elke een tot twee dagen, voeg chloor toe zodra het gehalte onder de 1 ppm zakt, en houd bij warm zonnig weer en na druk zwemmen de vinger aan de pols. Dan houd je het water veilig en helder zonder meer chloor te gebruiken dan nodig is.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *